Museum in Banda Abou

Passie

Banda Abou is een klein maar indrukwekkend museum rijker. In het voormalige woonhuis van de 93-jarige Serapio Pinedo opende het Museo di Ka’i Orgel haar deuren. Hier heeft Pinedo maar liefst 63 traditionele Curaçaose orgels gebouwd en veel muziek gecomponeerd, waaronder het bekende Flor di Wakaba, later gecoverd door Doble-R.

Serapio Pinedo is een auto-didact pur sang. Hij kwam voor het eerst met ka’i orgel muziek in aanraking toen hij acht jaar oud was. ‘Ik was op een feestje’, vertelt de krasse Pinedo. ‘Toen het ka’i orgel begon te spelen was ik in de wolken. Ik greep mijn kans en tekende op de muur het orgel na. De volgende dag ging ik terug om de tekening op te meten.’ Het duurde nog tot zijn tienerjaren voordat Serapio de orgelkist maakte. Hij was toen in de leer als timmerman en schrijnwerker. De kist was mooi, maar de muziek was nog niet zoals het hoorde. Er was niemand om het hem te leren.’

LaVida Curacao Ka'i orgel museum Banda AbouPiano van de nonnen

Het ka’i orgel liet hem niet los. Veel tijd om eraan te werken had Pinedo echter niet. Het dagelijkse harde werkt slokte al zijn tijd op. ‘Het leven was goed, maar niet makkelijk’ gaat Serapio verder. ‘We maakten lange dagen en auto’s of bussen waren er niet.’ Pinedo trouwde en er volgden negen kinderen. ‘Pas toen ik als klusjesman aan de slag kon bij de nonnen, kwam er meer ruimte voor muziek.’ De kloosterzusters hadden in de gaten dat Pinedo heel wat in zijn mars had. Ze gaven hem een oude piano. ‘Ik heb mezelf noten geleerd en omdat de snaren van een piano hetzelfde werken als bij een ka’i orgel, kon ik zo mezelf steeds meer leren.’

Doorzetten

Pas vijfendertig jaar nadat hij voor de allereerste keer door het ka’í orgel betoverd was, kwam zijn doorbraak. ‘Toen mijn vrouw de muziek uit mijn ka’í orgel hoorde, kwam ze met onze jongste dochter het huis uitgedanst.’ Als Pinedo deze anekdote vertelt, zie je zijn ogen glimmen. Alsof het pas gisteren was in plaats van een halve eeuw geleden.

Geen hulp van anderen

Ooit heeft Serapio geprobeerd om in contact te komen met een andere ka’i orgelbouwer, Rufo Wever. Hij wilde van hem leren. Maar deze Arubaanse vakman wilde er niets van weten. ‘Hij schreef me dat hij zijn kennis niet wilde weggeven. Ik moest hetzelfde pad bewandelen als hij en alles zelf uitvinden. Het deed me pijn, maar het gaf me ook kracht en doorzettingsvermogen.’

Om verder te leven

Gelukkig heeft Serapio Pinedo er wel alles aan gedaan om zijn kennis van het ka’í orgel te delen met anderen. Om zo het Curaçaose erfgoed voor volgende generaties te behouden. Zes mensen hebben van Pinedo het ambacht geleerd. Zodat hij de typische muziek verder kan laten leven. ‘Want het maken van ka’i orgels en de bijbehorende muziek is een gave van God’, besluit Serapio Pinedo zijn verhaal.

Wil je reageren op dit artikel? Geef een reactie.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Reacties (5)

  1. leuk artikel

  2. dit vind ik nu juist prachtig; zo blijft deze muziek voort bestaan.
    ik kom zelf in februari naar mijn dochter. Als ik tijd heb kom ik langs om het allemaal te bekijken.
    kom van frysland(provinie in Noorden van Nederland)

    • Een bezoekje aan het museum valt prima te combineren met een tocht naar Westpunt. Dus zeker doen zou ik zeggen! Veel plezier in februari en geniet van de voorpret!

  3. Ik ben trots om Serapio te hebben leren kennen ongeveer 50 jaar geleden toen hij mijn vader zijn eerste kai orgel maakte, ik ben ontzettend trots op deze unieke meester God zegent: hem en zijn familie.

    • Dat is goed te horen. Serapio Pinedo is een bijzonder man met een bijzonder nalatenschap voor Curaçao. Zeker iets om trots op te zijn!