Unesco Werelderfgoed

Business

In het laatste jaar voor de eeuwwisseling kochten horecaondernemers Anne-Marieke Holten, Jan Peltenburg en Wilfred Hendriksen hun eerste onroerend goed in de Nieuwestraat in Pietermaai. In die tijd was deze wijk vervallen, verlaten en – zachtjes uitgedrukt – niet de beste plek om gezellig te vertoeven. Het pand was een bouwvallige woning met vijftien kamers, die het drietal opknapte om er studenten en stagiaires in te huisvesten. Dit jaar is het allereerste pand van de Pietermaai entrepreneurs verkocht en heeft het huis een hip restaurant als bestemming gekregen. Waarmee het eerste opknappandje uit 1999 op Pietermaai een tweede leven heeft gekregen.

Hart van de stad

Anne-Marieke: ‘Curaçao heeft een prachtige binnenstad – het is niet voor niets Unesco World Heritage – maar ’s avonds na zes uur is het er zo dood als een pier. Er wonen geen mensen, er is nauwelijks horeca en de winkels zijn dicht. Als je kijkt naar Europese steden, is het centrum van de stad juist the place to be om uit te gaan, wat te eten of een drankje te doen. Zoiets wilden wij ook. Een plek creëren waar mensen wonen, werken en recreëren. En wel in Pietermaai, destijds nog een totaal vervallen, ongure buurt.’

We zijn gewoon begonnen

‘We begonnen met het bieden van huisvesting aan stagiaires en studenten, waarvoor we een samenwerking zijn aangegaan met Wereldstage. Het was een logisch begin, want andere mensen wilden hier toen nog niet wonen. Tegelijkertijd begonnen we met het geleidelijk aan opknappen van panden die we met onder andere huuropbrengsten van de studentenkamers konden kopen. Eerst een hotel, later kwamen daar restaurants, shops en een kapper bij’, gaat Wilfred verder. ‘We waren gelukkig naïef. We zijn gewoon gestart met een pandje verbouwen. Anders hadden we er ook nooit aan kunnen beginnen.’

Positief sociaal aspect

Anne-Marieke: ‘Wij restaureren een monumentale, maar totaal vervallen buurt, laten creatieve ondernemers hun ding doen en brengen er weer leven in. Dit komt ten goede aan de economische ontwikkeling van de stad. En dat is weer prettig voor de mensen die er wonen en werken. De chollers van Pietermaai – die lang niet allemaal door eigen schuld op straat zijn beland – worden op hun beurt weer zo goed als mogelijk geholpen door de buurtbewoners en bedrijven. Dat doet me goed, want voor daklozen is er op Curaçao helaas nauwelijks een sociaal vangnet.’

Kracht van ondernemerschap

‘Anne-Marieke en ik komen allebei van de hotelschool’, gaat Wilfred verder. ‘We hadden goede ideeën, maar geen zakken met geld. We zijn naar Curaçao gekomen met een koffer en een rugzak. Door onze opleiding, waarin veel verschillende disciplines aan de orde komen, konden we zelf invulling geven aan de panden die wij opknapten. Wij hebben nooit een negen tot vijf mentaliteit gehad. Nog steeds niet trouwens. Als je ergens aan begint, moet je het afmaken.’ ‘Wij regelen alles zelf’, vult Anne-Marieke aan. ‘We zijn intuïtieve ondernemers. We beginnen er gewoon aan en zien wel wat we tegenkomen. Alles gaat op gevoel. En we bedenken het allemaal zelf. We doen inspiratie op tijdens onze reizen en onze vakanties. We speuren naar wat hip is. Wat zijn de trends en als het ons bevalt, kijken we of we het ook in Pietermaai kunnen toepassen.’

Wijk in beweging

Wilfred, Jan en Anne-Marieke verwezenlijkten een aanzienlijke bijdrage in het aantal beschikbare logies op Curaçao. Zeventig hotelkamers en ruim tachtig studentenkamers. ‘Als je kijkt naar het Pietermaai District zijn er totaal zo’n zeshonderd bedden beschikbaar voor de toeristische sector’, laat Anne-Marieke weten. ‘Dat is een groot aandeel op een unieke plek op het eiland.’ ‘We komen van ver, maar ons doel lijken we langzaamaan te bereiken’, vindt Wilfred. ‘De wijk is in beweging. Er vestigen zich steeds meer ondernemers en mensen restaureren monumentale panden om er te wonen of werken. In tegenstelling tot in de beginjaren, is het een veilige buurt geworden. Pietermaai leeft. Er zijn mensen op straat. Vierentwintig uur per dag security is al lang niet meer nodig.’

Toekomst van Pietermaai

‘Het is nog niet af’, zegt Wilfred. ‘Als het zou moeten worden zoals wij voor ogen hebben, duurt dat nog wel een aantal jaren. We hebben alles zo goed mogelijk gedaan, maar het plafond van ons ondernemerschap is bereikt. De verdere ontwikkeling van dit Curaçaose erfgoed hebben we niet meer in de hand. De infrastructuur bijvoorbeeld kunnen wij niet verder verbeteren. Dat is de taak van de overheid.’ Anne-Marieke: ‘Wij kunnen niet voorkomen dat huiseigenaren andere monumenten in de wijk laten instorten. Hier hebben wij als particulieren jammer genoeg geen invloed op. Ook dat is aan de autoriteiten. Natuurlijk onderhouden wij de monumenten die we hebben kunnen aankopen naar behoren. Het zijn onze panden, dus daar hebben we belang bij. Maar hierin zit voor ons geen creatieve uitdaging. Wij houden nu eenmaal van creëren en vooruitkijken. De bal ligt nu bij de overheid om dit uniek, historisch stukje Curaçao – waar mensen uit heel de wereld naar toe komen – tot een nog groter succes te maken. Niet alleen in ons belang – Pietermaai is van Curaçao – maar in het belang van het eiland en dus van iedereen.’

Bekijk het complete magazine hier: LaVida Curaçao nummer 7

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *